Artikel 1 november 2012

Vrijdagavond 16 november 2012 hield prof. Robbert Dijkgraaf een hoorcollege in de Westergasfabriek in Amsterdam over de microkosmos, over moleculen en atomen. Al eerder hield hij een verhaal over de andere zijde van het ruimtespectrum, de macrokosmos, sterren en planeten, vanaf de oerknal tot het heden. Met heel veel plezier heb ik en met mij een miljoen Nederlanders, gekeken en vanaf het allereerste begin tot het eind was ik geboeid over alles bijzondere zaken en feiten die voorbij kwamen.

Af en toe gebruikt hij de woorden ‘wetenschap en wetenschappers’ waarbij hij er impliciet van uit gaat dat er maar één wetenschap is en elke uitspraak, die haaks staat op waar ‘zijn’ wetenschap voor staat, onwetenschappelijk is. Daar de antroposofische geneeskunde gebaseerd is op de geesteswetenschap van R. Steiner en ik u in de volgende uitgaven van het blad Antroposana zaken wil vertellen die gelinkt zijn met deze antroposofische geneeskunde zal enigszins helder moeten zijn waar ik sta en hoe ik mij verhoudt tot de wetenschap van Robbert Dijkgraaf,in vervolg natuurwetenschap geheten, in welke traditie ik en alle antroposofische artsen universitair geschoold zijn.

Om mijn verhouding tot de natuurwetenschap helder te krijgen zullen we ons moeten bewegen in voor u misschien vreemde dimensies.

In de elementaire meetkunde zijn er verschillende ruimten die door bepaalde grootheden kunnen worden beschreven. Deze grootheden zijn: lengte, breedte en hoogte. Ze beschrijven in welke dimensie (van het Latijn: afmeting) de ruimte onder woorden kan worden gebracht.

De volgende meetkundige dimensies kunnen onderscheiden worden: een punt is 0-dimensionaal (een punt heeft lengte, noch breedte, noch hoogte.), een lijn is 1-dimensionaal (een lijn heeft alleen lengte, breedte of hoogte), een vlak is 2-dimensionaal (een vlak heeft lengte en breedte, lengte en hoogte of hoogte en breedte), de ruimte is 3-dimensionaal (een lichaam heeft lengte, breedte én hoogte).

 

dimensies

Figuur 1

Alles wat we met onze zintuigen waarnemen direct of indirect door apparaten als microscoop (voor het allerkleinste) of telescoop (voor het allergrootste) voert ons in de drie dimensionale wereld. We zijn niet in staat om direct de wereld van het vlak, lijn en punt waar te nemen.

De geesteswetenschap van R. Steiner beschrijft de werkelijkheden die gebeuren in de nulde (punt), eerste (lijn) en tweede dimensie (vlak) en benoemt deze drie werkelijkheden als de geestelijke wereld. Deze driegelede geestelijke wereld komt samenwerkend tot uiting in de drie dimensionale wereld. Zoals iemand op actieve wijze een kunstwerk uit klei, waarvan de klei zich passief voegt, boetseert, zo werkt de geestelijke wereld op actieve wijze in op de materie en haar krachten die zich passief en in schijn zich toont aan onze zintuigen.

De geesteswetenschap ziet de geestelijke wereld als de werkelijke wereld en de zichtbare wereld gehuld in de 3e dimensie als haar schijnwereld (maya), die essentieel is voor zeer belangrijke zaken (ontwikkeling van het verstand en ontwikkeling van de vrijheid). Als u iets wilt lezen over het verband tussen dimensies en geesteswetenschap dan verwijs ik u naar het boek van R. Steiner Die Vierte Dimension Mathematik und wirklichkeit. (GA 324a)

Het is niet mogelijk om met onze lichamelijke zintuigen in de werkelijkheid van de tweede, eerste en nulde dimensie rond te waren. Het is wel mogelijk lichaamsvrij onderzoek te doen in deze gelaagde werkelijkheid. De methode om hier mee verder te komen heet de scholingsweg in de antroposofie, waar ik nu niet verder op in ga.

De natuurwetenschap, waar prof. Robbert Dijkgraaf een zeer enthousiaste beoefenaar van is, bestudeert de zichtbare, drie dimensionale wereld als de werkelijkheid, waar ook de oplossingen gevonden moeten worden op de vragen die bij hem leven.

Dus het werkterrein van de natuurkunde, waaronder ook de kwantummechanica, van de natuurwetenschap en de natuurkunde van de geesteswetenschap van R. Steiner is dezelfde, maar daar waar de wetenschap van dr. Robbert Dijkgraaf werkelijkheid aanneemt, houdt de geesteswetenschap deze voor schijn en daar waar de geesteswetenschap werkelijkheid weet zal deze als schijn voor de natuurwetenschap gelden. Het grote verschil is wel dat de geesteswetenschap het bestaan van materie erkent en haar een zeer belangrijke rol toekent, terwijl de natuurwetenschap, niet zozeer haar beoefenaars, het bestaan van geest, onafhankelijk van materie, ontkent.

Als we ons tot slot van dit betoog ons richten op de hersenen als orgaan, als opstapje naar volgende uiteenzettingen, dan geeft de natuurwetenschap aan dan onze hersenen computers zijn, waarin door fysieke processen en haar krachten de gehele werkelijkheid zich ontvouwt, gevoed door input van haar zintuigen.

De geesteswetenschap ziet de hersenen als een radio die de werkelijkheid weergeeft vanuit de tweedimensionale wereld. Zoals de kwaliteit van de ontvangst afhangt van de kwaliteit van de radio zo is de kwaliteit van de hersenen bepalend op welke wijze informatie van die twee dimensionale wereld in deze wereld door kan werken.

Tot een volgende keer

Willem Beukers